A passage to India

Ik verschiet ervan hoeveel energie het vraagt om elke keer opnieuw te schakelen, en om weer open te staan voor de charmes en de grillen van een nieuw land. Ik merk dat we moe zijn. Moe van nieuwe indrukken, moe van tolerantie, moe van altijd alert te blijven, moe van voorzichtig te eten (verlang naar een slaatje met een stukje baguette), en moe van de taal niet te verstaan, moe van het gevecht met geforceerde gidsen die een vast programma door onze strot willen duwen, moe van het geleur van handelaars… maar dankbaar om wat we allemaal zien, en ervaren. Blij om het feit dat wij aan de juiste kant van de wereldbol geboren zijn (ook al is dit relatief).
En gelukkig dat wij binnenkort weer met onze Doenix samen zijn, want momenteel zou ik zelfs een hangbuikzwijn kunnen knuffelen…

Elk land heeft een eigen geur en riekt letterlijk anders. En ik bedoel niet de culturele ‘flavour’, maar gewoon de ‘lijfgeur’ van een land. India heeft vooral in de steden een doordringende geur van wierrook, roet, uitwerpselen, kadavers, zwerfvuil, eetstalletjes en wildplassers.

Bij onze aankomst in Delhi worden we door een plaatselijke gids als eenheidsworst door de bezienswaardigheden van Delhi gedraaid, en zonder verpinken afgezet bij een tapijten- en juwelen-fabrikant… Maar vermits we niet toehappen op deze toeristenval, is de begeleide toer abrupt gedaan. Dan maar op eigen initiatief verder, samen met een chauffeur.  De vriendelijke bevolking vraagt overal geld voor. Professionele bedelaars en echte sukkelaars vormen het decor van dit toneel. Vrachtwagens en bussen razen voorbij en braken wolken diesel uit…  De afwezigheid begint te wegen ook al voelen we ons rijk met zoveel nieuwe lieve contacten.

De roze stad Jaipur, hoofdstad van de kleurrijke deelstaat Rajasthan, is ronduit turbulent. Een heksenketel van knetterende brommertjes, bedelaars, kamelenkarren, loslopende heilige koeien in het midden van de weg, olifanten, riksja’s, gratieuze vrouwen in schitterende fel gekleurde sari’s, forten, tempels, en paleizen. Incredible India! We overnachten in een vroeger Maharadja paleis, wat ons een heerlijk punt van rust bezorgt na ons bezoek aan het Amber fort, het ‘city paleis’, het paleis der winden, het interessant astrologisch observatorium, het sprookjesachtige waterpaleis, en zo veel meer. Het getuigt allemaal van de pracht en praal van de vroegere heersers uit Rajastan.
Vandaag worden we in de tempel van Shiromani door een hindoepriester ‘gestipt’… Goed karma!

We reizen door mooie Indiase landschappen, waar de weg voortdurend in staat van ontbinding is. Het leven volgt hier onveranderd de kalender. We trekken naar Ranthambore, een van de beste plaatsen om de bedreigde bengaalse tijgers in het wild te zien. We kijken er echt naar uit. Met 5 safari’s maken we een serieuze kans om deze oranje gestreepte kat te zien, denken we.
Maar niets loopt zoals gepland, en chaos is hier troef. Tranen van frustraties die omslaan in lachsalvo’s… Tigers for breakfast? Om 04.30, en voor elke safari, moeten we een ware veldslag leveren om een jeep te bemachtigen, want alles is hier sinds kort streng gereguleerd. Een goeie voedingsbodem dus voor oneerlijke handel. In handje contantje onder de tafel zijn het meesters, want voor niets gaat enkel de zon onder. De pionnen zijn gezet, het spel wordt gespeeld, en we maken een vuist in onze binnenzak.  De speurtochten in het wildpark leveren echter niets op. Maar ook zonder tijger is een safari over de zandwegen van Ranthambore de moeite.

Onderweg naar Agra, in de schaduw van de nabijgelegen Taj Mahal, stoppen we eerst bij de spookstad Fathepur Sikri, de volmaakte stad, gebouwd door Keizer Akbar. 15 jaar later werd de stad echter al verlaten door gebrek aan drinkwater. Kunstig opengewerkte muurpanelen zijn typisch voor deze zandstenen stad.

Vandaag, 13 november 2012, vieren we hier Diwali, het belangrijkste en vrolijke Hindoefeest in India, en het begin van het nieuw Hindoejaar. Het hele land wordt feestelijk uitgedost, en er is vuurwerk tot in het kleinste kamertje.

Bij zonsopgang is de Taj Mahal het mooist. Een wonderlijk bouwwerk, dat het symbool is van de onsterfelijke liefde van Shah Jahan voor zijn overleden echtgenote, en een juweel van architectuur dat door 20.000 arbeiders werd gebouwd in 22 jaar. Dit sprookjesachtige wereldwonder is opgetrokken uit wit marmer en ingelegd met ontelbare halfedelstenen. Sprakeloos kijken we toe. Een echt kippenvelmoment en een waardige afsluiter van dit stukje India vinden wij.

Vandaag vertrekken we naar het dak van India : Ladakh, helemaal in het noordelijke puntje van het land.  Terug naar de stilte en de natuur, in een legendarisch gebied, tussen de hoge ketens van de Himalaya en de Karakoram.

Tot de volgende!

Merkwaardigheid:  Geen!   Merkwaardig toch?

« 1 van 2 »

4 comments